Geschiedenis van Delfts blauw

Ontstaan van Delfts aardewerk

Tot ver in de 16de eeuw is aardewerk alleen beschikbaar voor rijkere burgers.

Vooral het Duitse steengoed is populair, omdat het niet poreus is. Na 1550 komt het majolica op, aardewerk dat in Italië en Spanje ontwikkeld is.

Vlaamse plateelbakkers gaan het na verloop van tijd namaken. Door de Spaanse overheersing, de geloofsvervolging en de val van Antwerpen in 1585 vluchten een aantal plateelbakkers naar Delft.

Zij leggen de basis voor de Delftse aardewerkindustrie en beginnen met het produceren van Delfts blauw.

 

Imitatie-porselein

delfts blauwe schaalIn 1602 maakt Nederland kennis met porselein uit China. Dit wordt zo populair dat het een grote concurrent wordt voor plateelbakkers. Om hun bedrijf te redden imiteren zij het porselein en creëren het Delftse aardewerk (Delfts blauw).

Ook al gebruiken Delftse plateelbakkers het woord ‘porceleyn’ graag voor het product dat ze maken, technisch gezien klopt dat niet. Porselein is gemaakt van porseleinaarde, Delfts blauw is gemaakt van een kleimengsel dat na het bakken bedekt is met tinglazuur.

 

Geschiedenis

Joost Thooft - Delfts blauwTussen 1600 en 1800 is Delft een van de belangrijkste aardewerkproducenten in Europa. Het Delftse aardewerk is zeer populair. In rijke families wordt met vazen, schotels en tegels gepronkt. Een groot deel van de beroepsbevolking is in de 17de en 18de eeuw werkzaam in deze nijverheidstak. Na het midden van de 18de eeuw komt er meer en meer massaproductie. De kwaliteit lijdt hier zichtbaar onder. Inmiddels komt de productie van porselein in Nederland ook van de grond. De concurrentie wordt steeds heviger en de Delftse aardewerkindustrie loopt slechter. In 1840 is alleen De Porceleyne Fles nog over. Joost Thooft blaast de fabriek in 1876 nieuw leven in en zorgt dat het Delfts blauw weer populair wordt. Hierdoor is Delfts aardewerk wereldwijd nog steeds een begrip.